Cultuur

Joodse gebruiken

Na het overlijden is het wenselijk dat de lewaje (begrafenis) zo snel mogelijk plaatsvindt, bij voorkeur binnen 48 uur. De overledene mag niet meer gezien worden, hij of zij wordt met een laken bedekt. De “chèwra kadisja” (een uit vrijwilligers bestaand aantal mannen of vrouwen) verzorgt de overledene. De overledene wordt gewassen op de traditionele rituele wijze (tahara), gekleed in een wit linnen gewaad (tachrichin) en gelegd in een eenvoudige kist. De naaste familieleden kunnen aanwezig zijn bij het laatste gedeelte van dit ritueel. Zij helpen dan met het aantrekken van de sokken, strooien wat aarde uit Israel over het lichaam, helpen bij het sluiten van de kist en zijn aanwezig bij het uitspreken van het gebed voor de zielerust van de overledene.

De rituelen bij alle begrafenissen zijn gelijk. Ook kleding en kist zijn altijd voor iedereen dezelfde. De kist moet door zes mensen begeleid worden naar het graf. Daarbij wordt het laatste vers van psalm 90 en het hele psalm 91 gezegd, gevolgd door een gebed. De nabestaanden helpen vaak met het laten dalen van de kist met touwen. Daarna krijgt iedereen de gelegenheid drie scheppen aarde op de kist te leggen. Aan het einde zeggen de nabestaanden het kaddisj, een gebed dat aan het graf wordt uitgesproken. Daarna is er condoleren bij het graf of in de koffiekamer. Bloemen is geen joods gebruik, maar bij de liberale joden is het wel toegestaan. In plaats van bloemen geeft met tsedaka, een gift aan een liefdadige instelling.

Een rouwjaar duurt 12 maanden, bestaande uit 4 periodes, waarin de nabestaanden de gelegenheid krijgen om zich weer geleidelijk aan te herstellen. De eerste week na de begrafenis is de meest intensieve rouwperiode, die heet sjiwa. Tijdens deze week blijft men zoveel mogelijk bij elkaar in het huis van de overledene of thuis bij een van de nabestaanden. Vrienden en verdere familie zorgen de eerste dagen voor boodschappen, koken en huishoudelijke taken.
Na thuiskomst van de begrafenis steekt men een licht aan dat de hele sjiwa-week blijft branden: het nér nesjama (licht van de ziel). Het is gebruikelijk laag te zitten, zonder schoenen. Mannen scheren zich niet en vrouwen gebruiken geen make-up.
Aan het einde van de sjiwa staan de rouwenden gelijktijdig op en verlaten gezamenlijk het huis voor een korte wandeling, als teken dat zij terugkeren naar een normaler patroon van leven.

Binnen een jaar dient er een grafsteen (matsewa) op het graf te worden geplaatst. Bovenaan komt altijd te staan in het hebreeuws: “Hier rust” en onderaan komt altijd te staan: “Moge zijn/haar ziel opgenomen zijn in de bundel van het eeuwige leven.”Bij het weggaan na een bezoek aan een graf legt men enkele steentjes op of naast de matsewa. Dit heeft verschillende betekenissen, één er van is als herinnering aan alle goede daden die de overledene heeft gedaan. Het is ook een manier om iets zichtbaars achter laten als teken van blijvende verbondenheid.

 

 

 

 

Creoolse gebruiken

Na het overlijden wordt vaak een afleggersvereniging ingeschakeld. Deze draagt zorg voor de bewassing van het lichaam, hetgeen met diverse rituelen en zang gepaard gaat. Een afleggersvereniging bestaat uit een aantal mannen en vrouwen, die bij een bewassing in het wit gekleed hun werk verrichten. Er wordt een onkostenvergoeding voor de aan te schaffen benodigdheden gevraagd; de “betaling” geschiedt door het geven van een in een doek verpakt brood met kaas aan de vereniging.

Na de bewassing wordt de overledene in de kist gelegd, daarna neemt eerst de familie afscheid en vervolgens kunnen de genodigden afscheid nemen.  De leden van de vereniging blijven aanwezig tot na het afscheid, zij zingen diverse christelijke liederen. Daarna is bij de familie thuis de dede oso,  waar tot middernacht (oorspronkelijk tot de morgenstond) met elkaar gezongen, gehuild, gegeten en gelachen wordt.

Vaak wordt de overledene begraven, tegenwoordig wordt ook in deze cultuur steeds vaker gecremeerd. Bij de uitvaart is  vaak een bazuinkoor, die koraalmuziek speelt, vaak op saxofoon, tuba, trommel. Wanneer de overledene naar het graf wordt gebracht verandert de muziek en klinkt steeds vrolijker. Het leven van de overledene wordt gevierd. 

Acht dagen na de begrafenis is de ait dé: er is een samenkomst in het huis van de overledene of van een familielid; dit is een belangrijk moment om de overledene duidelijk te maken dat zijn/haar aardse leven voorbij is. Er wordt eten bereid en voor de overledene buiten neergezet.